HOME   NIEUWS   BIOGRAFIE   BOEKEN   VERDWIJNTAAL   CONTACT   ENGLISH



 

Zwartzuur

Zwartzuur is het fictiedebuut van Anneloes Timmerije. Acht verhalen over mensen die zoeken naar een opening in het verborgen deel van hun leven. Zij verlangen naar verwantschap of verbondenheid, naar een moment van ontmoeting, en hopen op werkelijk contact.

De locaties in de verhalenbundel Zwartzuur variëren van een serre, waar een eenzaam meisje zich terugtrekt in een leven met haar hond, tot een natuurpark in Californië. Hier probeert een vrouw, stap voor stap, de man te vinden die ooit uit haar leven verdween en die zij alleen nog kent uit brieven en verhalen. Een vader en een dochter die elkaar zijn kwijtgeraakt in het geloof vinden een schuilplaats in kerken, waar de muziek laat horen waarover zij niet kunnen spreken. In een Amsterdams appartement vouwen een oude tante en haar nicht hun gewoontes om elkaar heen als een lang getrouwd stel. Kerstmis, voor hen een jaarlijks hoogtepunt, houdt tevens het onzegbare besloten.

Augustus | 2005 | isbn 9789045700069 | € 12.50

Leesfragment

Aus Liebe


De vader stapt de kerk binnen, zijn Clark’s knirpen op de gesleten blauwstenen. Nog maar tien jaar geleden zou hij dat geluid hebben versmaad. Een man loopt op leren zolen – gepoetste schoenen met leren zolen, anders niet. De tijd heeft zijn voeten verbreed en zijn kijk op hoe het hoort. Hij volgt de kartonnen wegwijzers op de zuilen in de richting van de zijbeuk, net naast het podium waarop de concertmeester zijn barokke viool met de stemknop naar een heldere A draait. Zijn pas is nog steeds doelbewust, zij het minder snel.
‘Eerst maar kijken waar we zitten,’ zegt hij, half achteromkijkend naar zijn dochter, ‘daarna ga ik wel koffie halen.’ Ze zijn veel te vroeg, als altijd. De vader vindt dat prettig. De dochter legt zich daarbij neer, althans op palmzondag. De begeerte alles te willen zien, niets te missen, hoort bij het ritueel.
‘We zitten goed,’ zegt de vader.
Dat zegt hij elk jaar, ook als ze niet goed zitten. Want het gaat om de muziek en daarom neemt hij teleurstellinkjes als een pilaar in het zicht of billenbrekende banken voor lief – met gemak.
‘Dit is mijn dochter,’ zegt de vader tegen het echtpaar naast hen met wie hij onmiddellijk in gesprek is geraakt, ‘wij gaan elk jaar.’
De dochter knikt ter begroeting en blaast in haar koffie, ook dit hoort bij het ritueel.
Voor die tijd, lang daarvoor, had de dochter bij de koorzang een vreemde spanning in haar borstbeen gevoeld, alsof iemand daar zachtjes op duwde. Zo was het begonnen, op luttele meters van de kamer die op palmzondag urenlang dicht bleef, tot verboden gebied verklaard voor iedereen behalve de vader. Wat zich daarbinnen afspeelde, sijpelde in onregelmatige stroompjes door de kieren en kreeg in het trapgat een holle echo mee. Daar zat zij, muisstil, om de treden niet te laten kraken. Want hij hoorde alles, toen nog wel.
De vader was onverwachts de kamer uit gelopen, in de pauze, bleek later. Hij had haar verrast aangekeken, alsof hij pas op dat moment ontdekte dat zij iemand was. Hij zei: ‘Je mag wel naar binnen, maar alleen als je echt luistert.’ Het was een uitnodiging, en een bevel.
Ze was gegaan. Hoe oud zou ze geweest zijn? Acht, negen hooguit. Ze zag dat de vader een van de grote fauteuils tot vlak voor de radio had geschoven. Op het bijzettafeltje lagen twee open pakjes Stuyvesant.



Alle boeken van Anneloes Timmerije: