GEVOELENS VERSTOPT ACHTER LACONIEKE FORMULERINGEN

  • door Anneloes Timmerije
  • 28 aug, 2017

Wat te doen als je een doodvonnis krijgt? 

Anneloes Timmerije laat in een van haar verhalen in Slaapwandelen bij daglicht een vrouw van bijna 45 deze vraag beantwoorden. Ze heeft nog een week te leven. Drie, als ze nu meteen aan de chemo gaat. Medisch niet erg waarschijnlijk, maar goed. Overheerst boosheid, paniek, verdriet? Geen van drieën. Ze stelt vast dat ze geen tijd meer heeft om Ulysses te lezen. Dus gaat ze veel roken. Pas tegen het eind van het verhaal laat ze de snijdende gedachte toe dat ze haar kind niet groot zal zien worden. Dan weet ze wat ze wil: de laatste week met haar dochter doorbrengen. Naar huis, zonder chemo. 

Zo gaat het vaker bij Timmerije. Een grote mond en een klein hartje. Gevoelens verstopt achter laconieke formuleringen. Neem ook de man die van zijn vliegangst probeert af te komen. Als hij de eerste keer het oefenzaaltje binnenloopt, stelt hij nuchter vast dat er geen echte vliegtuigstoelen in staan – ze zijn veel te verschoten en te smoezelig om waar te kunnen zijn. Maar zijn angst is sterker dan zijn redeneringen. ‘De stoelen deden maar alsof. En toch namen ze hem te grazen.’ Hij moet ter plekke overgeven. Of hij, na nog een ‘aanvullend programma’, wel helemaal geneest van zijn vliegangst, is nog maar de vraag.

In bijna alle twaalf verhalen is iets ergs aan de hand: een dodelijke ziekte, een jeugdtrauma, verlatingsangst, eenzaamheid. Timmerije beschrijft, overtuigender dan in haar roman De grote Joseph (2010), deze menselijke perikelen in een mengeling van ernst en humor. Een Albert Heijn-kassajuffrouw die besluit schilderijen te gaan maken, omschrijft haar opmerkelijke carrièreswitch als een dagdroom die uitkomt: ‘slaapwandelen bij daglicht’. In weer een ander verhaal spreekt een oud-verzetsman ons toe van gene zijde. Hij vertelt hoe het is om dood te zijn. Het begraven zelf was minder leuk, maar ‘voor de rest’, meent hij, ‘is het eigenlijk heel goed te doen’. Hij wil alleen nog af van oude schuldgevoelens. Anne Frank en haar familie had nog kunnen leven als hij niet in augustus 1944 een verkeerde beslissing had genomen.

Het verhaal dat mij nog het meest zal bijblijven, ook door zijn actualiteit, is gewijd aan de thuiszorg. Een oude vrouw slaagt erin haar thuishulp op te sluiten. De verzorgster is danig ontriefd, want zij moet die dag nog veertien andere zorgbehoevende bejaarden afraffelen. Als ze zich bij de situatie heeft neergelegd, krijgt ze enig begrip voor de oude dame, die alleen nog foto’s heeft en een urn, verder niets. Tot slot is ze er getuige van dat de vrouw een handvol pillen inneemt. Hoe het afloopt, houdt Timmerije vaag. Misschien wordt de bejaardenverzorgster wel aangehouden wegens onaangekondigde hulp bij zelfdoding. De dood is alom aanwezig in deze avontuurlijke bundel, op een bijna terloopse manier. Als een slaapwandelaar bij daglicht, zou ik haast zeggen.

NRC

Door: Janet Luis

Anneloes Timmerije

door Anneloes Timmerije 04 sep, 2017
Het is stil, en dan laat ik zo tot mijn nieuwe boek klaar is. Roman, 17de eeuw. Meer zeg ik niet.
door Matthijs Sloos 02 sep, 2017
NU.nl
Door: Anne Jongeling

Fijne bundel korte verhalen met De Maupassant-achtige wendingen: onverwacht, soms neigend naar cru, soms neigend naar stout. De twaalf verhalen in de bundel van Timmerije gaan over contact tussen mensen waarna er iets gebeurt. De personages koesteren verlangens, ze hebben verwachtingen, ze stellen eisen, soms proberen ze de ander naar hun hand te zetten.
Er figureren dames in de bundel die op heren azen, er is een terminale dame, een verhaal over verzetsmensen, er zijn heren met bijzondere beroepen en opmerkelijke zintuigen, jonge mensen, oude mensen.

Humor in de stiknaden
Timmerije vindt in vrijwel elk verhaal de juiste toon om een alledaagse setting een opmerkelijk gezicht te geven, bijna als een dichter die alles in onder de zon de poëzie herkent. Met een plezierige mildheid en humor in de stiknaden penseelt ze fijnzinnige vignetten van mensen die we zouden kunnen kennen en die ons deze verhalen kunnen hebben verteld. Maar niet veel mensen beschikken over een vertelkunst waardoor hun verhaal beklijft.

Groeibriljant
Met sobere, precieze zinnen creëert ze de contouren van een dozijn kleine drama’s, en geeft de juiste dosis gegevens over achtergrond en emotie, hoe het begon en hoe het mogelijk eindigt, zodat de lezer zelf het verhaal in gedachten kan aanvullen.
Als groeibriljanten worden korte schetsen van deze levens hele levensverhalen in je hoofd, die vrijwel elke keer met een glimlach worden afgesloten en je laten mijmeren. Typisch verhalen met een pointe die je ooit nog eens doorvertelt, alsof je ze van een goede kennis hebt gehoord. Die erg mooi kan vertellen, dat zeker.
door Anneloes Timmerije 28 aug, 2017
Boekentaal
Door: Marlene Lunter

Zo iemand is Anneloes Timmerije. In 2005 debuteerde zij met de verhalenbundel Zwartzuur die menig hart stal. Het boek sleepte verschillende nominaties in de wacht en kreeg de Vrouw & Kultuur DebuutPrijs. Het is nu opnieuw uitgegeven onder de titel De plaats der dingen.
Om een onverklaarbare reden zijn verhalen minder populair bij lezers, terwijl zo’n klein afgerond geheel het mijns inziens juist heel goed kan doen in deze jachtige tijden. Misschien een reden voor Timmerije om in 2010 met de prachtige roman De grote Joseph te komen, waarin de jonge Lila na haar moeders dood ontdekt dat ze haar moeder helemaal niet kende.
Nu is daar een nieuwe verhalenbundel met de poëtische titel Slaapwandelen bij daglicht, waarin twaalf nieuwe juwelen een plaats hebben gekregen. Aan elk zou ik een uitgebreide recensie willen wijden.

Symbolisch groen
De meeste van Timmerijes personages vertonen een mankementje, staan vaak aan de zijlijn en komen door een gebeurtenis of ontmoeting op een tweesprong in hun leven.
Zo is daar in ‘Winkelwetten’ bijvoorbeeld Java Tan, een jonge caissière met Indonesische roots, die niet kan rekenen, maar wel heel goed met mensen is. Helaas waardeert manager Lex dat niet. Praatjes met klanten kosten alleen maar tijd. Java knoopt een band aan met de oude mijnheer Mus en ontdekt dat ze wat gemeen hebben. Kleuren spelen een symbolische rol in dit verhaal en vooral het groen van het eiland Java zet het meisje Java op een nieuw spoor in haar leven. Als zij aan mijnheer Mus vraagt waarom zijn kleinzoon alleen deze kleur groen in zijn schilderijen gebruikt, zegt de oude man dat kunstenaars slaapwandelaars bij daglicht zijn.

Verschillende tempo’s
In het verhaal ‘Dansen’ speelt Timmerije met tempo. Ze zet het haastige, stressvolle leven van thuiszorgster Karin af tegen dat van één van haar cliënten, mevrouw Lammers. Ritme speelt een grote rol in het linedancen dat Karin met overgave doet, maar het juiste ritme in haar werk krijgt ze maar niet onder de knie. Zoals Java zo weinig mogelijk tijd aan haar klanten mag besteden, zo rent Karin van cliënt naar cliënt en komt steeds tijd tekort. Haar tempo is mevrouw Lammers een doorn in het oog. Ze wil Karin wel eens even de tijd laten beleven. Maar mevrouw Lammers heeft nog meer plannen, en daardoor knallen twee verschillende tempo’s met kracht op elkaar.
Timmerije laat in deze twee verhalen zien dat ze een scherp oog heeft voor de moderne tijd. Dat komt ook terug in ‘Boekwinst’, waar Jan Berend de laatste boekwinkel van Nederland uitbaat. De laatste papieren boeken gaan tegen exorbitant hoge bedragen over de toonbank.

De lezer bepaalt
Behalve schilders en dansers, duiken er ook schrijvers in de verhalen op. In ‘Alle zinnen’ heeft een schrijfster zich teruggetrokken in een Zuid-Europees dorp waar ze worstelt met het einde van een verhaal. In een winkel die zo nu en dan onvindbaar is, bivakkeert Fernando, een man die zinnen verkoopt. Hem vraagt ze om raad. Enerzijds lijkt Timmerije hier uit te halen naar literatuurwetenschappers en –recensenten als ze iemand ‘goede literatuur is verontrustend’ laat zeggen. Anderzijds lijkt ze het met hen eens te zijn als Fernando zegt: ‘de lezer bepaalt of het waar is of niet’.

Inkijkje
Timmerije weet goed weg met de structuur in haar verhalen en ze treft even gemakkelijk de juiste toon bij een eenvoudig meisje, als bij een oude vrouw die het leven voor gezien houdt of bij een grootvader die vanaf gene zijde nog iets heeft op te biechten. Ook haar stijl past perfect bij haar personages en hun verhaal. Intrigerend is bijvoorbeeld de ouderwetse toon waarmee ‘Een vos voor de deur’ begint: ‘Daar heb je Herman.’
Alle verhalen geven steeds een inkijkje in het leven van de hoofdpersonages. Het is net alsof Timmerije de lezer op een willekeurig moment een leven in katapulteert en er op een schijnbaar even willekeurig moment weer uitgooit. Daarin doen de verhalen denken aan die van grootmeester Alice Munro en daardoor blijf je als lezer nog lang met de personages bezig. Want welke plannen heeft Java Tan nu precies en hoe gaat het verder met Karin? Maar daarvoor moet je je als lezer wel het rustige tempo van mevrouw Lammers aanmeten: lees een verhaal, leg het weg en slaapwandel met de personages nog een poosje bij daglicht.
door Matthijs Sloos 28 aug, 2017
Boekblad
Door Vivian de Gier

Twaalf verhalen vormen samen Slaapwandelen bij daglicht, het nieuwe boek van schrijfster Anneloes Timmerije. De verhalen cirkelen allemaal om een paar centrale thema’s: waarachtig contact tussen mensen, misverstanden en geheimen, afscheid nemen, vergankelijkheid en dood. Dat klinkt als zware kost, maar niets is minder waar. Het proza van Timmerije is kraakhelder, fris als een lentedag, waarop verwondering en nieuwe waarnemingen het bekende overstemmen.
Zo lezen we in ‘Liegen mag’ over een kleindochter die nog lange tijd gesprekken voert met haar gestorven opa – échte, niet-ingebeelde gesprekken welteverstaan. Totdat opa ineens ophoudt te praten, zonder dat ze weet waarom. Ze denkt dat het aan háár ligt dat hij langzaam in de vergetelheid verdwijnt: ‘Ik ken zijn stem nog, hoor zijn tred op het krakende parket, maar misschien kan ik volgende week niet meer zien hoe hij, net uit bed, thee zet voor oma: gestreepte pyjama vol kreukels, het witte haar warrig voor zijn ogen, doorgezakte voeten in scheefgelopen sloffen.’ In het daaropvolgende verhaal ‘Raven’ horen we achtereenvolgens het relaas van opa, die uit de doeken doet waarom het contact met zijn kleindochter verloren raakt.
Ook het ontroerende slotverhaal ‘Winkelwetten’ gaat over zo’n oprecht contact, nu tussen een caissière bij Albert Heijn en een oude klant, meneer Mus, een man met een Indisch verleden. ‘Kunstenaars zijn slaapwandelaars bij daglicht,’ zegt meneer Mus. ‘Ze leven hun dromen.’ Misschien is het wel daarom dat de tedere vertellingen in deze bundel, ondanks hun soms rauwe werkelijkheid, iets levendigs maar ook iets dromerigs over zich hebben.
door Matthijs Sloos 28 aug, 2017
8Weekly
Door: Annelie Karelse

UITNODIGING AAN DE VERBEELDING

Een goede verhalenbundel moet verrassingen bieden: onverwachte wendingen, intrigerende personages en creatieve omgang met de taal. Voeg daar een flinke dosis humor en ontroering aan toe en het feest is compleet. Slaapwandelen bij daglicht van Anneloes Timmerije heeft het allemaal.

‘Kunstenaars zijn slaapwandelaars bij daglicht. Ze leven hun dromen,’ zegt meneer Mus, een personage uit de bundel. Door hardop te dromen en dat te delen met anderen maken kunstenaars de werkelijkheid interessanter. Er ontpoppen zich nieuwe mogelijkheden, nieuwe verbanden in wat je dagelijks waarneemt. Want vraag je eens af: wat krijg je nu helemaal mee van de complexe samenhang van de dingen en mensen om je heen?

De verbeelding ontwaakt
De verhalen van Timmerije stimuleren je verbeelding, terwijl de setting van de verhalen toch heel alledaags is. De verhalen spelen zich onder meer af in een nieuwe woonwijk, een supermarkt en een bibliotheek. Timmerije weet deze omgeving steeds om te toveren tot een decor waarin de mooiste dingen gebeuren, voor wie dat wil zien. De personages maken verrassende dingen mee, waarvan het tegelijkertijd toch reëel is dat het in werkelijkheid iemand zou kunnen overkomen.
Zo gijzelt een bejaarde vrouw haar verzorgster omdat zij de eenzaamheid en het verstrijken van de tijd niet meer kan verdragen, een meisje neemt wraak op haar stiefvader, personages overdenken hun leven omdat ze ernstig ziek zijn, of ze gaan de strijd aan met hun vliegangst. Dit lijken ogenschijnlijk zware onderwerpen, maar Timmerije behandelt ze met zachtheid en benadert ze met humor. Niet zelden ontroert de afloop van het verhaal en sla je met een tevreden gevoel het boek dicht om het verhaal even te laten bezinken.

Een schat aan mogelijkheden
De bundel biedt een breed scala aan situaties en de lezer maakt kennis met diverse persoonlijkheden. Het maakt niet uit vanuit wie het verhaal verteld wordt – jong, oud, man, vrouw, dood of levend – elk personage komt geloofwaardig over. Soms gaat Timmerije met historische feiten aan de haal, waardoor het verhaal een extra lading krijgt.
Meer nog dan een roman is een verhaal afhankelijk van een goede eerste zin. De zinnen die Timmerije neerschrijft zijn sterk: ze zijn prikkelend en roepen direct vragen op. De mogelijkheden worden in je hoofd geactiveerd en je wordt het verhaal ingetrokken. Je nieuwsgierigheid wordt gewekt en je aandacht voor het boek wordt beloond met ontroering, humor en verwondering.

Omdat de setting van de verhalen zo alledaags is, zet het je aan het denken over de verborgen dynamiek in je eigen dagelijkse omgeving. Welke gevoelens en gedachten gaan er om in de kassameisjes bij de Jumbo om de hoek? Hoe voelt de bejaarde vrouw aan de overkant zich? Is ze wel eens wanhopig? Wat gaat er schuil achter onze alledaagse werkelijkheid? Voor wie het wil zien: een schat aan mogelijkheden.
door Matthijs Sloos 28 aug, 2017
Was het niet Renate Dorrestein die in haar boek ‘Het geheim van de schrijver’ vertelde dat ieder verhaal bestaat uit een denkbeeldige stijgende lijn, die vervolgens overgaat in een dalende? Waaruit die lijnen opgebouwd zijn? Ja, dat is aan de schrijver. En ook om te variëren en te experimenteren met die lijnen om zo ieder verhaal een eigen dynamiek en spanningsboog te geven. Het schoot me te binnen toen ik het eerste verhaal las van de nieuwe bundel van Anneloes Timmerije.

‘De smaakmaker’ heet het en het begint met een steile klim van opgeworpen vragen. Lees maar mee, bij de eerste zinnen is het al raak. ‘Mijn naam is Maya Mees. Ik heb een kat uit het asiel en een broer die op sterven ligt.’ Na zo’n opening wil je weten waarom die broer op sterven ligt. Zo trekt Timmerije ons haar verhaal in. Maar ze peinst er niet over om uit te leggen wat er aan de hand is. Integendeel, ze komt met meer vragen over deze broer Karel. Even verderop schrijft ze: ‘Ik kan me weliswaar niet beroepen op bijzondere kwaliteiten of prestaties, zoals Karel, maar ik heb er ook geen zootje van gemaakt.’ Aha, dus Karel is niet alleen stervende, hij heeft kennelijk bijzondere kwaliteiten én hij heeft er een zootje van gemaakt. En Timmerije blijft de lezer maar met vragen opschepen. Ze schrijft: ‘Mijn broer stond voor de deur met een koffer tussen zijn benen en keek alleen maar. Toen ik opzij stapte, raakte hij even mijn schouder aan, gebaarde dat het hem niet meer lukte, liep naar binnen en liet zich behoedzaam op de bank zakken – zo hadden we dat afgesproken.’

Wat lukte niet meer? Wat hadden die twee afgesproken? We weten nog maar een paar minuten überhaupt van het bestaan van deze Karel, maar we willen nu al alles van hem weten. De stijgende lijn in dit verhaal bestaat dus uit groeiende verwachtingen dat we meer te weten zullen komen over Karel. De dalende lijn bestaat uit het inlossen van die verwachtingen. Het lijkt zo eenvoudig, maar dat is het niet. Want als het niet goed geschreven is, blijft de lezer onverschillig. Waarom werkt het hier wel? Waarom was ik vanaf de eerste zin nieuwsgierig hoe het met dit personage zit? De crux zit volgens mij in het onnadrukkelijke. Timmerije zet niet de schijnwerpers vol op Karel, maar op de vertelster. Lees dezelfde zin nog maar eens: ‘Ik kan me weliswaar niet beroepen op bijzondere kwaliteiten of prestaties, zoals Karel, maar ik heb er ook geen zootje van gemaakt.’ Het lijkt alsof de vertelster iets over zichzelf meedeelt, maar het gaat natuurlijk om dat ‘zoals Karel.’ Terwijl ze over zichzelf praat, zegt ze vooral iets over haar broer.

Timmerije grossiert in deze verhalen met zulke achteloze, maar ijzersterke zinnen. Het verhaal getiteld: ‘Een vos voor de deur’, begint zo: ‘Daar heb je Herman, zo te zien in een nieuwe spijkerbroek.’ Wat doet het er nou toe, ben je geneigd te denken, of iemand een nieuwe spijkerbroek heeft? Het heeft in dit verhaal zeker een functie, maar belangrijker is dat de schrijfster ons met deze zin al direct in de juiste leeshouding zet. We kijken met haar mee naar het personage dat zij heeft geschapen. Als een cameraman volgen we Herman in zijn doen en laten. En natuurlijk is kijken niet betrouwbaar. Je weet niet wat je ziet en je weet niet wat er echt gebeurt. Pas op het eind lezen we bijvoorbeeld waarom deze gewezen zakenman en nu bibliothecaris met uiterst vreemde klachten in het ziekenhuis belandde. En Timmerije heeft wel uitsluitsel over de raadsels die ze opwerpt, maar er blijft genoeg te raden over.

Een van de verhalen eindigt met de zin: ‘Hij en Fernando begroeten elkaar en maken een praatje, alsof ze elkaar kennen.’ Door dat woord ‘alsof’ komt het hele verhaal weer op losse schroeven te staan. Timmerije laat met deze verhalen zien een begenadigd auteur te zijn op de korte baan. Ze schrijft glashelder en raadselachtig. In ieder verhaal is iets bijzonders aan de hand. Heel sterk vond ik ‘Het schaatswater’, waarin de lezer meegenomen wordt naar een bijna Van Warmerdam-achtig Nederland ergens in de jaren 60. Een nieuwbouwwijk met daarachter weilanden die binnenkort ook nieuwbouwwijk zullen zijn. Een incompleet gezin waarin ‘een nieuwe vader’ zijn intrede doet. Aan de ene kant fijn voor de dochter omdat moeder ‘nu niet meer zoveel dronk’, aan de andere kant een ramp. Een verhaal over uitsluiting en isolement, dat op het einde volledig kantelt, waardoor de voorafgaande gebeurtenissen opeens een geheel nieuwe betekenis krijgen. Het zwiept van beklemmend naar alarmerend. Razend knap, deze verhalen van Anneloes Timmerije.
door Anneloes Timmerije 28 aug, 2017
Dagblad de Limburger
Door: Koen Eykhout

‘Winkelwetten’ heet het ontroerende slotverhaal van de bundel Slaapwandelen bij daglicht van Anneloes Timmerije, haar eerste bij een nieuwe uitgever. Kassameisje Java Tan werkt bij Albert Heijn en onderscheidt blauwe (AH-huiskleur), gele en rode klanten. De blauwe is prettig, de gele moeilijk, onaardig of allebei en bij de rode zou ze het liefst een dubbelloops jachtgeweer trekken. De bijna blinde meneer Mus is een blauwe. Zo informeert hij naar een ziek kassameisje: ‘Hoe is het toch met mevrouw Verwijs?’ zegt hij dan. Java raakt betrokken bij zijn leven en Timmerije laat Java’s leven kantelen door wat hij haar zegt over kunstenaars als zijn kleinzoon: ‘Het zijn slaapwandelaars bij daglicht.’ Naar Nietzsche. Prachtbundel. Nergens kapsones, aanstellerij, foute zinnen of valse tonen. Alles ademt stijl, elegantie, liefde. Heerlijk.
door Anneloes Timmerije 28 aug, 2017

Anneloes Timmerije laat in een van haar verhalen in Slaapwandelen bij daglicht een vrouw van bijna 45 deze vraag beantwoorden. Ze heeft nog een week te leven. Drie, als ze nu meteen aan de chemo gaat. Medisch niet erg waarschijnlijk, maar goed. Overheerst boosheid, paniek, verdriet? Geen van drieën. Ze stelt vast dat ze geen tijd meer heeft om Ulysses te lezen. Dus gaat ze veel roken. Pas tegen het eind van het verhaal laat ze de snijdende gedachte toe dat ze haar kind niet groot zal zien worden. Dan weet ze wat ze wil: de laatste week met haar dochter doorbrengen. Naar huis, zonder chemo. 

Zo gaat het vaker bij Timmerije. Een grote mond en een klein hartje. Gevoelens verstopt achter laconieke formuleringen. Neem ook de man die van zijn vliegangst probeert af te komen. Als hij de eerste keer het oefenzaaltje binnenloopt, stelt hij nuchter vast dat er geen echte vliegtuigstoelen in staan – ze zijn veel te verschoten en te smoezelig om waar te kunnen zijn. Maar zijn angst is sterker dan zijn redeneringen. ‘De stoelen deden maar alsof. En toch namen ze hem te grazen.’ Hij moet ter plekke overgeven. Of hij, na nog een ‘aanvullend programma’, wel helemaal geneest van zijn vliegangst, is nog maar de vraag.

In bijna alle twaalf verhalen is iets ergs aan de hand: een dodelijke ziekte, een jeugdtrauma, verlatingsangst, eenzaamheid. Timmerije beschrijft, overtuigender dan in haar roman De grote Joseph (2010), deze menselijke perikelen in een mengeling van ernst en humor. Een Albert Heijn-kassajuffrouw die besluit schilderijen te gaan maken, omschrijft haar opmerkelijke carrièreswitch als een dagdroom die uitkomt: ‘slaapwandelen bij daglicht’. In weer een ander verhaal spreekt een oud-verzetsman ons toe van gene zijde. Hij vertelt hoe het is om dood te zijn. Het begraven zelf was minder leuk, maar ‘voor de rest’, meent hij, ‘is het eigenlijk heel goed te doen’. Hij wil alleen nog af van oude schuldgevoelens. Anne Frank en haar familie had nog kunnen leven als hij niet in augustus 1944 een verkeerde beslissing had genomen.

Het verhaal dat mij nog het meest zal bijblijven, ook door zijn actualiteit, is gewijd aan de thuiszorg. Een oude vrouw slaagt erin haar thuishulp op te sluiten. De verzorgster is danig ontriefd, want zij moet die dag nog veertien andere zorgbehoevende bejaarden afraffelen. Als ze zich bij de situatie heeft neergelegd, krijgt ze enig begrip voor de oude dame, die alleen nog foto’s heeft en een urn, verder niets. Tot slot is ze er getuige van dat de vrouw een handvol pillen inneemt. Hoe het afloopt, houdt Timmerije vaag. Misschien wordt de bejaardenverzorgster wel aangehouden wegens onaangekondigde hulp bij zelfdoding. De dood is alom aanwezig in deze avontuurlijke bundel, op een bijna terloopse manier. Als een slaapwandelaar bij daglicht, zou ik haast zeggen.

NRC

Door: Janet Luis

door Anneloes Timmerije 28 aug, 2017

Het korte verhaal past Anneloes Timmerije als een handschoen. In haar debuut Zwartzuur (2005), dat bij heruitgave werd omgedoopt tot De plaats der dingen, wekte ze al moeiteloos uiteenlopende types tot leven. In Slaapwandelen bij daglicht opent ze opnieuw op meeslepende wijze hele werelden.

De opening is vaak krachtig. Die van ‘Een vos voor de deur’ gaat zo: ‘Daar heb je Herman, zo te zien in een nieuwe spijkerbroek. (…) Fluitend gaat hij op zijn doel af.’ Je ziet de man lopen, daadkrachtig. Die gaat iets groots verrichten! Dan blijkt dat hij beheerder is van een openbare leeszaal en expert op het gebied van luchtverfrissers, die hem overigens bijna fataal worden. In de liefde lijkt hij geluk te hebben, tot zijn minnares hem een lelijke poets bakt.

Zo geeft Timmerije vaak een verrassende draai aan haar verhalen. Het schokkendst gebeurt dat in ‘Raven’, waarin een oude verzetsman over het graf heen spreekt. De liquidatie van een verrader wordt een dag uitgesteld en die heeft juist dan nog onderduikers uit een achterhuis kunnen verraden. De verzetsman had de namen kunnen vergeten ‘als niet een van hen dat dagboek had geschreven.’

De auteur speelt met de diepste angsten en verlangens van gewone mensen. Een vrouw die nog maar een week te leven heeft, een personeelsdirecteur met vliegangst, een hoogbejaarde die haar thuishulp gijzelt; allemaal stemmen die het waard zijn te worden gehoord.


door Anneloes Timmerije 01 jul, 2017
‘Spui 13’, mijn nieuwste verhaal, schreef ik voor Amsterdam Noir (Ambo Anthos), een bundel gitzwarte Amsterdamse verhalen bezorgd door René Appel en Josh Pachter. De Nederlandse editie verschijnt volgend voorjaar, de Engelse (Akashic Books, New York) in de herfst van 2018. Andere verhalen in Amsterdam Noir van (o.a.) Mensje van Keulen, Hannah Bervoets, Herman Koch, Simon de Waal en Abdelkader Benali.
Meer posts
Share by: