KRAAKHELDER PROZA, FRIS ALS EEN LENTEDAG

Boekblad
Door Vivian de Gier

Twaalf verhalen vormen samen Slaapwandelen bij daglicht, het nieuwe boek van schrijfster Anneloes Timmerije. De verhalen cirkelen allemaal om een paar centrale thema’s: waarachtig contact tussen mensen, misverstanden en geheimen, afscheid nemen, vergankelijkheid en dood. Dat klinkt als zware kost, maar niets is minder waar. Het proza van Timmerije is kraakhelder, fris als een lentedag, waarop verwondering en nieuwe waarnemingen het bekende overstemmen.
Zo lezen we in ‘Liegen mag’ over een kleindochter die nog lange tijd gesprekken voert met haar gestorven opa – échte, niet-ingebeelde gesprekken welteverstaan. Totdat opa ineens ophoudt te praten, zonder dat ze weet waarom. Ze denkt dat het aan háár ligt dat hij langzaam in de vergetelheid verdwijnt: ‘Ik ken zijn stem nog, hoor zijn tred op het krakende parket, maar misschien kan ik volgende week niet meer zien hoe hij, net uit bed, thee zet voor oma: gestreepte pyjama vol kreukels, het witte haar warrig voor zijn ogen, doorgezakte voeten in scheefgelopen sloffen.’ In het daaropvolgende verhaal ‘Raven’ horen we achtereenvolgens het relaas van opa, die uit de doeken doet waarom het contact met zijn kleindochter verloren raakt.
Ook het ontroerende slotverhaal ‘Winkelwetten’ gaat over zo’n oprecht contact, nu tussen een caissière bij Albert Heijn en een oude klant, meneer Mus, een man met een Indisch verleden. ‘Kunstenaars zijn slaapwandelaars bij daglicht,’ zegt meneer Mus. ‘Ze leven hun dromen.’ Misschien is het wel daarom dat de tedere vertellingen in deze bundel, ondanks hun soms rauwe werkelijkheid, iets levendigs maar ook iets dromerigs over zich hebben.