Anneloes Timmerije SCHRIJFT IJZERSTERKE VERHALEN

Anneloes Timmerije • aug. 28, 2017

Was het niet Renate Dorrestein die in haar boek ‘Het geheim van de schrijver’ vertelde dat ieder verhaal bestaat uit een denkbeeldige stijgende lijn, die vervolgens overgaat in een dalende? Waaruit die lijnen opgebouwd zijn? Ja, dat is aan de schrijver. En ook om te variëren en te experimenteren met die lijnen om zo ieder verhaal een eigen dynamiek en spanningsboog te geven. Het schoot me te binnen toen ik het eerste verhaal las van de nieuwe bundel van Anneloes Timmerije.

‘De smaakmaker’ heet het en het begint met een steile klim van opgeworpen vragen. Lees maar mee, bij de eerste zinnen is het al raak. ‘Mijn naam is Maya Mees. Ik heb een kat uit het asiel en een broer die op sterven ligt.’ Na zo’n opening wil je weten waarom die broer op sterven ligt. Zo trekt Timmerije ons haar verhaal in. Maar ze peinst er niet over om uit te leggen wat er aan de hand is. Integendeel, ze komt met meer vragen over deze broer Karel. Even verderop schrijft ze: ‘Ik kan me weliswaar niet beroepen op bijzondere kwaliteiten of prestaties, zoals Karel, maar ik heb er ook geen zootje van gemaakt.’ Aha, dus Karel is niet alleen stervende, hij heeft kennelijk bijzondere kwaliteiten én hij heeft er een zootje van gemaakt. En Timmerije blijft de lezer maar met vragen opschepen. Ze schrijft: ‘Mijn broer stond voor de deur met een koffer tussen zijn benen en keek alleen maar. Toen ik opzij stapte, raakte hij even mijn schouder aan, gebaarde dat het hem niet meer lukte, liep naar binnen en liet zich behoedzaam op de bank zakken – zo hadden we dat afgesproken.’

Wat lukte niet meer? Wat hadden die twee afgesproken? We weten nog maar een paar minuten überhaupt van het bestaan van deze Karel, maar we willen nu al alles van hem weten. De stijgende lijn in dit verhaal bestaat dus uit groeiende verwachtingen dat we meer te weten zullen komen over Karel. De dalende lijn bestaat uit het inlossen van die verwachtingen. Het lijkt zo eenvoudig, maar dat is het niet. Want als het niet goed geschreven is, blijft de lezer onverschillig. Waarom werkt het hier wel? Waarom was ik vanaf de eerste zin nieuwsgierig hoe het met dit personage zit? De crux zit volgens mij in het onnadrukkelijke. Timmerije zet niet de schijnwerpers vol op Karel, maar op de vertelster. Lees dezelfde zin nog maar eens: ‘Ik kan me weliswaar niet beroepen op bijzondere kwaliteiten of prestaties, zoals Karel, maar ik heb er ook geen zootje van gemaakt.’ Het lijkt alsof de vertelster iets over zichzelf meedeelt, maar het gaat natuurlijk om dat ‘zoals Karel.’ Terwijl ze over zichzelf praat, zegt ze vooral iets over haar broer.

Timmerije grossiert in deze verhalen met zulke achteloze, maar ijzersterke zinnen. Het verhaal getiteld: ‘Een vos voor de deur’, begint zo: ‘Daar heb je Herman, zo te zien in een nieuwe spijkerbroek.’ Wat doet het er nou toe, ben je geneigd te denken, of iemand een nieuwe spijkerbroek heeft? Het heeft in dit verhaal zeker een functie, maar belangrijker is dat de schrijfster ons met deze zin al direct in de juiste leeshouding zet. We kijken met haar mee naar het personage dat zij heeft geschapen. Als een cameraman volgen we Herman in zijn doen en laten. En natuurlijk is kijken niet betrouwbaar. Je weet niet wat je ziet en je weet niet wat er echt gebeurt. Pas op het eind lezen we bijvoorbeeld waarom deze gewezen zakenman en nu bibliothecaris met uiterst vreemde klachten in het ziekenhuis belandde. En Timmerije heeft wel uitsluitsel over de raadsels die ze opwerpt, maar er blijft genoeg te raden over.

Een van de verhalen eindigt met de zin: ‘Hij en Fernando begroeten elkaar en maken een praatje, alsof ze elkaar kennen.’ Door dat woord ‘alsof’ komt het hele verhaal weer op losse schroeven te staan. Timmerije laat met deze verhalen zien een begenadigd auteur te zijn op de korte baan. Ze schrijft glashelder en raadselachtig. In ieder verhaal is iets bijzonders aan de hand. Heel sterk vond ik ‘Het schaatswater’, waarin de lezer meegenomen wordt naar een bijna Van Warmerdam-achtig Nederland ergens in de jaren 60. Een nieuwbouwwijk met daarachter weilanden die binnenkort ook nieuwbouwwijk zullen zijn. Een incompleet gezin waarin ‘een nieuwe vader’ zijn intrede doet. Aan de ene kant fijn voor de dochter omdat moeder ‘nu niet meer zoveel dronk’, aan de andere kant een ramp. Een verhaal over uitsluiting en isolement, dat op het einde volledig kantelt, waardoor de voorafgaande gebeurtenissen opeens een geheel nieuwe betekenis krijgen. Het zwiept van beklemmend naar alarmerend. Razend knap, deze verhalen van Anneloes Timmerije.